1 B’atz of Aap, de droom

 

Zo spelend en bewegend
in een schroeiende zomerzon
verlangen naar water tuin
ook ik speel op deze bazuin

golfstromen uit liefdesdromen
illusies en verlopen conclusies
heer en meester over groot geld
leven langzaam uitgesteld

afgepeld, doorgezaagd, aangeklaagd
“Wie kan de aarde of haar lucht bezitten?”
we klitten aan waarden uit leegte
toch zitten we zo vast in deze herrie

de merrie met haar witte hoorn
staat in vele kinderdromen nog op

ik teken de golfstroom een droom
onbewust omhoog gereisd


Geef een antwoord