Bijsluiter II – gedicht

Mijn hart huilt duizend tranen
zij banen zich in het donker
een weg van binnen naar buiten
van buiten naar binnen

Tranen over verloren vertrouwen
mensen waar ik zo van hield

Tranen over zoveel ruwe sluwe
wolven in schaapskleding

De lieve zachte Su die zo gewraakt
om haar blijde creatieve schepselen
jaloers op de kleurrijke schakeringen
veelheid aan talent en levenslust

De maffe man, zo ongebreideld puur
zuur de motieven waarmee hij weg moest
woest waren golvende baren in aanklacht

ontnuchterend omdat ik niet had verwacht
dat mensen zoiets verzinnen om binnenin
hun eigen honger te voeden

wat gebeurd is
gaat het vermoeden
van mijn hart voorbij.

Mijn hart huilt duizend tranen
zij banen zich in het donker
een weg van binnen naar buiten
van buiten naar binnen.


Reacties

Bijsluiter II – gedicht — 1 reactie

  1. Naar is het
    duister
    te zot voor woorden
    zo het leven

    Handen wassen
    in schuld

    onschuld

    bewaar het oordeel

    voor later

    Karma

    Dharma

    Naar is het
    duister
    onvoorstelbaar
    al is niemand onfeilbaar

    dan nog zijn deze projecties
    is deze haat
    zijn deze keuzes …

    dan nog ben je niet klaar
    met en voor het leven
    wanneer dan wel?

    Dan nog is grof
    psychisch geweld
    soms zwaarder
    dan pijn aan het lijf.

Geef een antwoord