Felarathael en Folmar Leora

 

Als Lucia en Ylyndar terugkeren naar de boerderij
verzamelen Morrighan, Germalina, Wijzelina en Folmar Leora zich met hen onder de es.
Lucia draagt een nevel van twee zielen om zich heen
die zich alleen tonen aan Ylyndar en Morrighan

tot Felerathael aan komt dansen
zes jaren oud
hij kijkt naar zijn zus en roept:
“Lucia, een kind twee kinderen:
Avarhild en Ansbald”.

Hij zegt aan Ylyndar: “Je vader is ziek, hij heeft je nodig”.

Morrighan zegt Felarathael: “Jij gaat met Ylyndar, wij komen na de oogst naar de Noord”.

Germalina krijgt tranen in haar ogen, hij is zo wetend en wijs haar zesjarige androgyn.
Ze zal hem zo missen, hij ziet haar traan, kruipt op schoot.
“Mama, het is mijn weg, wij weten dat, Folmar Leora en Lucia gaan voor mij zorgen, mij leren.
Mijn ziel behoord het land in de Noord, jij komt ook nog, later”.

Lucia en Ylyndar staan op, hij gaat zijn spullen pakken, Morrighan verzamelt haar spullen.

Julius komt, haalt hen op, geeft hen een aantal manschappen en boot.
Tranen ook in zijn ogen, als Germalina verhaalt.
Zijn dierbare, vreemd wijze zoon, die al zo zijn levenstaak …
Kinderen zijn zo puur en wetend, vergeet de rijkdom en zie de ziel
zo kostbaar dit, zo zeldzaam
en Lucia zwanger.

Ylyndar en Morrighan vertrekken na 7 dagen naar de Noord. Aan boord kado’s, voedsel, kruiden, linnen, olie en een jonge Valk.


Geef een reactie