De reis

Varend over meanderende wateren omgeven door snaterende eenden en futen, valkjes zwierend rondom het lange schip.
Lucia vraagt een valk naar Ylyndar te gaan en te melden dat ze onderweg zijn …
De valk vliegt vrolijk op, op zoek naar de standplaats van Ylyndar en Morrighan.

Folmar Leora en Felarathael, volgen de vogel aandachtig op zijn vlucht.

Felarathael is de eerste die ziet en voelt dat Ylyndar en Morrighan in de problemen zijn.
De vader van Ylyndar is ziek en overleden.
De stam is onrustig en verdeeld.

Folmar Leora zoekt verbinding in de geest en geneest Ylyndar van zijn verwarring en onrust.
De rust kust zijn ziel als hij de verbinding versterkt voelt met zijn geliefden.

Bij Arnhem stappen ze uit en over, op een ander kleiner vaartuig. Wijzelina neemt de leiding, er gaat een roeier mee.

Julius keert met de andere roeiers terug naar Castellum Fectio. Met tranen in zijn ogen laat hij Wijzelina, zijn dochter en kleine zoon gaan.
Ze staan op de kade te zwaaien en zaaien bloemen onder een oude boom.

Wijzelina volgt een kleine stroom, tot er een oude boom in het blikveld verschijnt, de spanning bij haar verdwijnt …
Dit is de plaats waar zij het leven zal afsluiten, buiten alle verwachtingen om, nodigt ze Julia, Folmar Lorea en Felarathael uit, om haar te begeleiden.
Ze herstellen de oude hut, zodat Wijzelina beschut kan gaan.
Drie dagen blijven ze op deze plaats, samen zoekend naar wijsheid en delend wat nog gedeeld wil worden.

Dan na drie dagen, spreekt Wijzelina haar laatste liefdevolle wijze woorden uit, draagt haar laatste kennis over en sluit haar ogen.
Ze wordt liefdevol begraven bij de oude boom.

Ze varen verder, twee dagen lang, om aan te komen in de Noord.


Geef een reactie